People & Finance

Throwback
Paul de Leeuw: "Het leven moet lekker zijn, smeuïg"

Ze deed ooit mee aan de Miss Universe-verkiezingen, nu wendt ze haar charmes aan om voor LXRY spannende mannen tot een interview te verleiden. Irene van de Laar heeft sinds het begin van LXRY magazine haar eigen rubriek waarin ze intieme gesprekken op papier zet. Voor Throwback Thursday vroegen we Irene om haar favoriet met ons te delen: "Paul de Leeuw! Wij kennen elkaar al lang en ik was ook verschillende keren te gast in zijn programma's. Ik kan het goed met hem vinden. Ik ken zijn jolige kant, maar ook zijn serieuze kant."

Tekst: Irene van de Laar
Redactie: Susan Poeder
Beeld: Karoly Effenberger

Paul de Leeuw, geboren in Rotterdam, is een van de meest getalenteerde artiesten van Nederland. Televisiepresentator, komiek, cabaretier, acteur en zanger. Zijn programma’s en muziek zijn veelvuldig bekroond en hij werd herhaaldelijk uitgeroepen tot populairste televisiepersoonlijkheid. Sinds 4 september is hij weer te zien als presentator van Ranking the Stars samen met Martien Meiland. Dit najaar start hij met de Nummer 1 Show. Irene ontmoet Paul in het Conservatorium Hotel na zijn vakantie.

Was je als kind ook al zo’n energiebom?
“Nee, ik was heel stil, en rustig. Dat ben ik overigens privé nog steeds. Ik was als kind veel aan het denken in mijn fantasie. Ik luisterde veel naar de radio. Ik was niet outgoing. Ik was op mezelf en had weinig vriendjes. Mijn moeder zei: ‘Kom op, je gaat nu de deur uit en je komt pas om elf uur vanavond terug.’ Ik moest wat gaan doen. Ik kwam pas later echt los, en vond het toen opeens leuk om met andere mensen om te gaan. Ik bloeide op, dat ging in fases.”

Wanneer kwam jouw artistieke talent naar boven?
“Ambitieus was ik al vanaf de lagere school. Ik wilde altijd mensen vermaken. Ik kreeg de hoofdrol in een schoolmusical, Het Koffertje Van Meneer Van Dalen. Ik moest van mijn moeder ook naar een voetbalkamp. Daar was ik helemaal niet goed in. Maar tijdens de bonte avond op dat kamp won ik dan de eerste prijs. Ik was heel muzikaal en deed daar Johnny Jordaan na, als Rotterdammer. Ik wilde graag entertainen, en viel daardoor op.”

Wie waren je leermeesters?
“Toon Hermans vond ik geweldig. En alles van Annie M.G. Schmidt. Ik luisterde veel naar Robert Long en Frans Halsema, en had veel Nederlandstalige platen. Ik hield van het mooie luisterlied. Dat draaide ik grijs op mijn oranje pickupje.”

“Ik dacht dat ik de hele wereld in mijn zak had… Ik was gewoon niet aardig in die tijd en mijn relatie liep op de klippen. Als je zo veel succes hebt en iedereen heeft het over Paul de Leeuw, dan ga je zelf een beetje zweven”

Waarin schuilt jouw voortdurende succes?
“De kracht is dat ik iets kan wat niet zo veel mensen kunnen. Naast het improviseren is dat het empathisch zijn en snel. Het is allemaal wat minder hysterisch dan vroeger, maar het publiek is echt met mij meegegroeid. Ik doe wat ik denk dat goed is; soms ga ik op mijn bek en soms niet. Ik vind dat je risico’s moet nemen. Nooit op safe spelen.”

Als je reflecteert, zijn er dan momenten waar je liever niet aan terugdenkt?
“Niet heel erg. Alleen na De Schreeuw Van De Leeuw. Ik was nog net geen despoot. Ik dacht dat ik de hele wereld in mijn zak had. Ik was gewoon niet aardig in die tijd en mijn relatie liep op de klippen. Als je zo veel succes hebt en iedereen heeft het over Paul de Leeuw, dan ga je zelf natuurlijk ook een beetje zweven. En er is dan niemand die je naar beneden haalt. Maar ik heb nergens spijt van. Daar heb je niks aan.”

Je lijkt altijd opgewekt en vrolijk. Heb je ook een sombere of donkere kant?
“Ik kan ontzettend driftig zijn, maar over het algemeen ben ik wel vrolijk en sociaal en enorm begaan met andere mensen. Iedereen moet het naar zijn zin hebben. Wat dat betreft is het bij ons wel huisje weltevree. Ik ben ook wel eens onzeker. Wil altijd de beste overal in zijn, terwijl ik laatst toch constateerde dat ik nergens echt uitmuntend in ben. Ik kan alles een beetje. En daar berust ik volledig in. Wat ik ook heerlijk vind, is af en toe in bad zitten. Even weg van alles en iedereen. Even mijn moment.”

Ben je een luxepaard?
“Zeker. Niet extravagant, maar het moet wel allemaal goed geregeld zijn. Ik weet ook niet wat een brood kost. Ik koop niet alles bij de Albert Heijn, maar ga dan naar de goede middenstand. Het leven moet lekker zijn, smeuïg. Auto’s en privévliegtuigen interesseren me niet, maar ik houd van comfort. En bovendien werk ik er ook hard voor.”

Moet je nu harder werken voor succes dan vroeger?
“Ja. Ik hoor nu niet meer bij de jonge talenten. Je moet steeds harder werken voor bevestiging. Ook al hoor ik nog steeds ‘hij is eigenlijk wel heel goed in wat hij doet’. Ik ben iets minder grof geworden. Het publiek krijgt natuurlijk ook weer andere helden. En terecht. Ik ben misschien niet meer vernieuwend, maar ik doe er nog steeds toe. Ik ben een ambachtelijk harde werker en heb ook veel plezier in wat ik doe. Dat wordt gewaardeerd. Mijn werk is ook wel verslavend, je wil toch constant meedoen in die ratrace. Maar als ik thuis ben, dan is de deur echt dicht.”

LXRY Magazine

Dit interview is afkomstig uit LXRY Magazine 21 (2015). Wil je niets meer missen? Kies dan voor een 1- of 2-jarig abonnement op LXRY en ontvang het magazine 4 keer per jaar op de deurmat. Het laatste nummer is te bestellen via de onderstaande knop.

LXRY Magazine 38