Art & Design

Pepe Heykoop:
Van niets goud maken

Pepe Heykoop omarmt het primitieve. Zijn werkruimte is een eigenhandig in elkaar geknutseld tuinhuis. Daar verandert hij als een moderne alchemist onbruikbaar waar in kunstig design. Het is een grijze dag wanneer LXRY langskomt. Pepe gooit een blok in de houtkachel. “Mooi toch, fikkie stoken?”

Tekst: Bart-Jan Brouwer
Beeld: Annemarijne Bax
Online redactie: Mical Joseph

Hoe is jouw fascinatie voor design ontstaan?

“Puur uit eigen interesse. Het maken heb ik absoluut niet van huis uit meegekregen. Zoals ik dat op mijn beurt nu wel aan mijn zoontje meegeef: één keer per week gaan we samen iets bouwen. We hadden echt nul gereedschap thuis. De gordijnen ophangen, dat deed ik. Voor mijn profielwerkstuk op school koos ik ervoor om een miniatuur brugconstructie te bouwen. Daar moest ik ook een essay bij schrijven, maar daar lag mijn interesse niet. Qua studie dacht ik even aan de TU Delft, maar ik voelde me meer thuis op de kunstacademie. Ik heb toelatingsexamen voor het Rietveld gedaan. Ze vonden mijn werk dusdanig specifiek, dat ze mij aanraadden om eens bij de Design Academy te kijken. Daar voelde ik me meteen als een vis in het water.”

Herinner jij je jouw allereerste creatie?

“Ja, dat was een uitvouwbare onderzetter, geschikt voor kleine en grote pannen. Voor het eerst gaatjes boren in staal, pinnetjes erdoorheen… Dát.”

Is dat functionele in jouw ontwerpen gebleven?

“De academie stuurde daar wel op aan, maar ik heb ook stoelen gemaakt die niet bedoeld zijn om op te zitten, maar meer over het concept stoel gaan. Dat waren mijn vrijste werken, en daar heb ik mezelf ook het meest in kunnen vinden.”

Rode draad in jouw werk is recycling: turning waste into wonder. Noem eens enkele voorbeelden van duurzaam design.

“Bij datzelfde project, Skin Collection, viel voor mij het kwartje. Gevonden objecten die kapot of incompleet waren, heb ik omhuld met restleer dat bijvoorbeeld overbleef wanneer een jas, tas of bank wordt gemaakt in de industrie. Die twee breng ik tot een dusdanige kwaliteit dat het in een museum of galerie belandt. Min en min is plus, dat idee. Een ander voorbeeld van turning waste into wonder is de collectie Pulp Office. Met karton heb ik een oude bureaustoel bekleed en dat heb ik bewerkt met pigmenten en uit lijnzaad gemaakte ecolijm. Nog een voorbeeld: van een houtzagerij kreeg ik zakken vol afzaagsels die als brandhout dienden. Daar zaten prachtige stukken hout tussen, veel te mooi om te verbranden. Daar ben ik de collectie Bits of Wood van gaan maken, variërend van kroonluchters tot krukken.”

Je bent nu elf jaar bezig. Hoe heb jij je in die tijd ontwikkeld als designer?

“In de eerste jaren denderde ik maar door. Ik stond als jong talent in de spotlight en werd vaak gevraagd. Show hier show daar, ik deed wel zeven beurzen per jaar, ging veel naar India… Het werd me op een gegeven moment te veel. Ik had geen tijd om tot bezinning te komen. Dat besef plus het vaderschap enkele jaren geleden heeft de boel veranderd. Ik treed minder naar buiten en meer naar binnen. Die Nothingness-collectie heb ik nog niet eens naar buiten gebracht. Dat was eerder ondenkbaar. Als de foto’s gemaakt waren, moest het dezelfde middag nog online, want dan kon het worden opgepikt. Nu heb ik zoiets van: komt wel. De afgelopen jaren heb ik allemaal dingen ontdekt waar ik eerder geen tijd voor dacht te hebben. Ik ben nu bijvoorbeeld mijn eigen brood aan het bakken. Als ik iets met aandacht doe, kan ik daar heel blij van worden. Hiervoor was ik meer van: ik koop dat brood wel en steek mijn tijd in een stoel, want daar kan ik mee scoren. Ik kan het applaus nu meer in mijzelf vinden, ben naar binnen gericht, onafhankelijk van het oordeel van buitenaf. Het gaat om vertrouwen op je keuzes en dat je weet waarvoor je het doet. Veel bewuster. Dat heeft niet met tijd, maar met prioriteit te maken. Sinds ik een kleine heb, ben ik meer met dat gevoel in contact.”

Skin Collection

Skin Collection chairlamp

G-Star skin

Waar denk jij over tien jaar te staan?

“Ik vind het heel fijn dat ik dat nog niet weet en er ook niet over hoef na te denken. Ik wil me laten verrassen. Niet zoeken maar vinden. Toen ik het applaus nog buiten mijzelf zocht, wilde ik elke keer toch een beetje groter, een beetje beter, een beetje meer. Iedereen wil compleet worden, is op zoek naar het ontbrekende stukje. Ik ben nu broches aan het maken die die stukjes verbeelden. Maar het zit ’m niet in dat stukje, It’s Not About a Pin. Het gaat erom dat je echt kan zien wat je hebt in plaats van dat je op zoek gaat naar dat wat je nodig denkt te hebben. Rijkdom is het bijstellen van gretigheid. De broches zijn nog niet uit. Dat komt wel een keer. Het dient zich vanzelf aan.”

Lees het volledige interview in LXRY Magazine

Benieuwd naar de rest van Pepe’s verhaal? Lees het interview verder in het laatste LXRY Magazine, te bestellen via de onderstaande knop.

LXRY Magazine #41