People & Finance

Koen Verweij &
Jutta Leerdam:
het vizier op goud

Koen Verweij (Alkmaar, 1990) en Jutta Leerdam (’s Gravenzande, 1998) zijn allebei wereldkampioen. Vandaag pakte Jutta maar liefst twee gouden plakken op de KPN NK afstanden: de 500 meter en 1000 meter. Hiermee kwalificeert ze zich voor het WK en laat ze wereld nog eens goed kennis maken met haar toptalent. "Mijn uiteindelijke doel is Olympisch kampioen worden, maar daar heb ik nog niet de focus op. Ik wil gewoon beter worden." Koen pakte brons op de 1500 meter. Op de Spelen van Peking in 2022 samen op het hoogste erepodium: dat is het ultieme doel. Een interview met dit supersnelle schaatsstel uit Heerenveen. “Wij lijken echt op elkaar.”

Fotografie: Rahi Rezvani
Tekst en productie: Bart-Jan Brouwer
Online redactie: Susan Poeder
Styling: Pascalle Koldenhof
Visagie: Roza Grifioen
Assistent visagie: Amber van der Louw

Jutta: “Mijn vader noemde me ‘bommetje’, omdat ik altijd aan het raggen was”

Voordat jullie gingen schaatsen hebben jullie andere sporten beoefend.

Koen: “Ik was heel allround, heb van alles gedaan, van wielrennen tot vechtsporten. Met skiën, heb ik een paar Nederlandse titels gewonnen. Mijn vader reed me het hele land door. Dan kwam hij uit de nachtdienst, zette me af voor een wedstrijd en ging zelf achter in de auto liggen slapen. Na afloop klopte ik op de deur, ‘wakker worden’, en dan reden we weer naar huis. Als ik tweede of derde was geworden, zei hij niet ‘goed gedaan’, maar ‘je hebt je best gedaan’. Hij probeerde me altijd op scherp te krijgen, ook als daar soms hardere woorden voor nodig waren. Ik was nooit tevreden met een andere plek dan de eerste, dan was ik het type dat zijn ski’s doormidden trapte. Ik kon abosluut niet tegen mijn verlies.”

Jutta: “Ik heb geturnd, getennist, gehockeyd… Mijn ouders lieten mij veel sporten, want ik was net als Koen ook een druk kind. Ze hoopten dat ik zo mijn energie kwijtraakte en thuis iets rustiger zou worden. Ik heb vooral lang gehockeyd. Daar had ik talent voor. Ik begon op mijn zesde en heb altijd in de selectieteams gespeeld. Ik had er in door kunnen groeien, maar dan had ik naar Klein Zwitserland in Den Haag moeten gaan en dat was echt wel een stuk rijden. Mijn ouders hebben toen de keuze gemaakt om dat niet te doen.

Uiteindelijk was ik daar wel blij mee, want met hockey was het moeilijker geweest om erboven uit te steken dan met een individuele sport als schaatsen. Je kunt met hockey de sterren van de hemel spelen en toch verliezen. De eigen prestaties zijn moeilijk te meten, dan gaat het om de mening van anderen. Met schaatsen ga je hard of niet, zet je een tijd neer. En die liegt nooit. Je hebt het resultaat helemaal zelf in de hand.”

Leren body: Elisabetta Franchi, by VLVT Amsterdam, Vlvt.nl Kousen: Leg Avenue, Legavenue.eu Schoenen: Steve Madden, Stevemadden.com

Zwarte leren jas: Stand Studio, Standstudio.com Schoenen: Dior, by Bijenkorf.com Underwear: Alexander McQueen, Alexandermcqueen.com

Bleek meteen dat je talent had voor schaatsen?

Jutta: “Toen ik op mijn elfde begon, had ik niet bepaald een goede techniek. Je kunt gerust zeggen dat het er niet uitzag. Maar ik had wel veel kracht en uithoudingsvermogen. Daar reed ik eigenlijk op. Mijn vader noemde me ‘bommetje’, omdat ik altijd aan het raggen was. Na twee jaar schaatsen werd ik uitgenodigd door het gewest voor een talentontwikkelingstraject. Vanaf daar ging het hard. Van één keer ging ik zes keer in de week trainen.”

Wat vind je zo leuk aan schaatsen?

Jutta: “Dat je nooit uitgeleerd raakt. Je bent altijd bezig met beter worden. Zelfs als je al heel veel jaren schaatst, doe je het nog steeds niet perfect. Zo moeilijk is het.”

Koen, wanneer switchte jij van het skiën naar het schaatsen?

Koen: “Toen ik een jaar of elf, twaalf was. Ik skeelerde in de straat en imiteerde allerlei schaatsers. Ik deed Rintje Ritsma na, Ids Postma…”

Jutta: “Dat kun je nog steeds heel goed. Qua timing en techniek kun je echt iedereen nadoen.”

Koen: “Vlak bij ons huis was een pleintje, dat was net een kleine schaatsbaan. Mijn opa was een keer aan het kijken toen ik daar op mijn skeelerschoenen rondjes reed. Hij zei tegen mijn vader: ‘Je moet hem op schaatsen doen. Als hij zo goed kan skeeleren, dan gaat dat op
schaatsen ook goed komen.’”

Zijden jurk: Patrizia Pepe, Patriziapepe.com

Wanneer werd jouw talent opgemerkt?

Koen: “Al bij het jeugdschaatsen werd ik er door selectietrainers uitgepikt en uitgenodigd voor een testwedstrijdje. Dat leek nergens naar, dat was alleen maar rennen, krabben en vechten om bij de finish te komen. Ik was niet de snelste; er waren jongens die beter konden timen en gebruik maakten van het schaatsmoment, van het glijden. Maar ze zagen wel een vechtertje in me, en dat is een kwaliteit die je ook nodig hebt bij deze sport.”

Jutta: “Wij lijken echt op elkaar.”

Koen: “Daarna ging het rap beter. Ik kon niet tegen mijn verlies, maar vond de race tegen de klok altijd wel heel erg leuk. En het jezelf verbeteren, het proces van in topvorm komen, naar een piekmoment toe werken.”

Jullie kozen allebei voor het pad van de topsport. Was het niet moeilijk om daar dingen voor te laten?

Jutta: “Toen ik vijftien, zestien was, vond ik het wel moeilijk dat ik niet met mijn vriendinnen kon feesten. Ik ging wel mee, maar dronk niet – en voelde me al snel verantwoordelijk voor mijn vriendinnen. Ik voelde me ook schuldig als ik tot laat uitging, dus dat verminderde. Nu ben ik om elf uur ’s avonds doodop, dan moet ik gewoon naar bed. Ik train zes dagen in de week twee keer per dag, op een gegeven moment is de energie op.”

Koen: “Ik haalde voldoening uit mijn sport en niet uit iedere week stappen. Maar als ik een keer uitging met mijn vrienden, dan deed ik het goed. Veel drinken, lol maken en gekkigheid. Op de bar dansen, een schilderijtje meejatten uit de bar… Ik heb heel wat nutteloze accessoires meegenomen, haha.”

Koen: Fake Fur, Boohooman, Boohooman.com Underwear: Alexander McQueen, Alexandermcqueen.com

Jas: Javier Zamora Velasquez Shirt: SoGoodToWea

Kom je met plezier je bed uit als je een race gaat rijden?

Koen: “99 procent is niet blij als ze een wedstrijd hebben, hoor.”

Jutta: “Ik ben met belangrijke toernooien altijd best wel zenuwachtig, het is een combinatie van zin en tegenzin.”

Koen: “Het hangt ook van de persoon af. Ik kom wel in mijn ding. Maar ik ken jongens die jankend in de auto zitten naar een wedstrijd toe. Zeker als het een kwalificatie betreft. Je traint daar een heel jaar voor en dan moet het wel gebeuren.”

Slapen jullie goed, de nacht voor een kwalificatie?

Jutta: “Ik denk altijd: dat is een zorg voor morgen. Dan denk ik er niet aan en slaap ik goed.”

Koen: “De meesten zullen daar ongetwijfeld moeite mee hebben. Ik niet. Ik ben erop voorbereid, heb hard getraind, ben zelfverzekerd, vertrouw op mijn fysieke gesteldheid, mijn vechtlust, mijn pijntolerantie. Hoe zwaarder, hoe spannender, hoe meer ik in mijn element zit.”

Hoe gaan jullie met kritiek om?

Jutta: “Dat heb ik nog niet zo meegemaakt.”

Koen: “Ik heb best veel kritiek gekregen. Mijn carrière verloopt namelijk iets anders dan die van de gemiddelde topsporter. Ik pas niet altijd in het huidige schaatswereldje. ‘Koen is anders’, dat idee heerst een beetje in de media. ‘Laten we dan ook maar anders over hem schrijven.’ Ik sta daarboven en zorg gewoon dat ik hard schaats en win.”

Koen, vanaf het seizoen 2007-2008 vestigde jij jouw naam als schaatser. Je reed je eerste 10 kilometer tijdens het NK Allround in Groningen en mocht als reserve mee naar het EK Allround. Wat voor doelen had je toen voor ogen?

Koen: “Vroeger wilde ik wereldkampioen allround worden, omdat je dan een grote krans kreeg omgehangen en in de arrenslee werd rondgereden, compeet met linten en bellen eraan. Pas later, toen ik een jaar of zeventien, achttien was, stelde ik als doel om op de 1.500 meter Olympisch kampioen te worden. Dat is een mooie afstand, fysiek een van de zwaarste. Je moet er sterk voor zijn, explosief, maar je moet ook een stevige basis hebben – dus er komt veel trainingsarbeid bij kijken. En je kunt de 1.500 meter vanuit de sprint of de lange afstand rijden.”

Kostuum: Alexander McQueen, by Bijenkorf.com

Op de Spelen in Sotsji in 2014 had je jouw doel bijna gehaald: je verloor met slechts drieduizendste van een seconde verschil van de Pool Zbigniew Bródka.

Koen: “Het hele jaar door won ik alles wat er maar te winnen viel. Ik reed Nederlandse records, wereldrecords, won een gouden Olympische medaille op de ploegenachtervolging (samen met Jan Blokhuijsen en Sven Kramer; red.), werd een maand na de Spelen wereldkampioen allround. Maar die 1.500 meter… Ik had er jaren naartoe gewerkt. Van tevoren had ik gezegd: op die dag ga ik Olympisch goud halen, dát is mijn moment… Ik ging echt ervan uit dat ik dat ging doen. Ik weet van mezelf dat ik iets extra’s kan brengen ten opzichte van de rest. Dat kan ik bij mezelf oproepen omdat ik andere krachten en een andere pijngrens heb. Maar ik kwam drieduizendste tekort. Met de tijdssystemen die er toen waren, kon je zo’n minimaal verschil niet eens meten. Het was moeilijk te accepteren.”

Zak je op zo’n moment niet door het ijs?

Koen: “In het appartement kegelde ik die zilveren medaille kneiterhard tegen de muur. Het is dat mijn trainer hem pakte, daarom heb ik hem nu nog – met een hap eruit weliswaar. Toen ik die avond naar bed ging, zei ik tegen mezelf: je kunt jezelf de komende jaren helemaal gek gaan maken, maar dan had je maar vierduizendste harder moeten schaatsen. Daarna heb ik er ook nooit meer last van gehad. De volgende dag al had ik zoiets van: die plak ga ik nog wel een keer halen.”

Koen: “Wanneer je als ploeg zo’n groot sponsorbudget hebt en zo slecht presteert, dan mankeert er sporttechnisch iets aan. Daar zeg ik iets over, ik heb het hart op de tong”

Schaatsploeg TVM zette niet door en kwam je bij Team Corendon. Met de trainer, Jan van Veen, had je een geschiedenis.

Koen: “In het seizoen 2012-2013 maakte ik deel uit van Team Van Veen. Het zegt al genoeg dat een coach zijn naam aan het team geeft. Daar was ik het niet mee eens: het moet niet om Jan van Veen draaien, maar om de schaatsers. ‘Team Goud Voor Sotsji’ was een betere naam geweest. Op dit moment is het nog steeds een probleem in het schaatsen dat de coaches het voor het zeggen hebben en ook eigenaar van de ploegen zijn. Dat is heel verkeerd en voor de schaatsers een boosdoener. Die zijn altijd in het nadeel. Ze zijn afhankelijk van de trainer, die als eigenaar ook over de salarissen en sponsorbudgetten gaat. Dat vind ik de verkeerde volgorde. Het ego van de trainers kan dan in de weg komen te staan. Ik denk dat alle schaatsers dat vinden, maar dat niet openbaar durven te zeggen. Een trainer moet gewoon trainen, niet meer of minder; de sponsoren – of specialisten – moeten over de budgetten gaan.

In het Olympisch jaar heb ik met Jan gebroken en ben naar TVM overgestapt – zulke keuzes hadden nooit met geld te maken, altijd met presteren. Jan wilde alles bepalen in het team en daar was ik het niet mee eens. Het is niet dat één manier dé manier is, er moet sprake zijn van een wisselwerking. Een coach is een hulpmiddel voor mijn prestaties, vind ik. Nu kreeg ik bij Corendon wéér met hem te maken. Ik dacht dat het beter zou gaan, zo ben ik ook binnengehaald. Maar de samenwerking verliep wederom niet goed, mede omdat de
constructie niet ideaal was. Corendon sponsorde een schaats-bv, die werd geleid door een management en de coach. Achteraf vind ik dat de sponsor zelf mensen in de leiding had moeten zetten. Corendon was megablij met mij, maar kon in deze constructie niet voorkomen dat ik in de clinch kwam met het management en Jan. Samen met de andere schaatsers was ik kritisch op ze, omdat niet alles gedaan werd om ons optimaal te laten presteren. Wij wilden een professionelere organisatie en andere trainingsschema’s. Ik was het aanspreekpunt voor de schaatsers. Dat snap ik wel, want door mijn goede prestaties zat ik in een positie dat ik er iets van kon zeggen. Wij wilden winnen en zijn de strijd aangegaan: via een brief hebben we het vertrouwen in Jan en de teammanagers opgezegd. Die deden er vervolgens alles aan om mij in een kwaad daglicht te zetten. Ik ben een hoge boom die veel wind vangt.

Er ontstond een ongezonde situatie en uiteindelijk heb ik mijn contract opgezegd. Niet dat zoiets mij makkelijk afgaat. Integendeel. Corendon wilde mij kost wat kost behouden, ik werd goed betaald en er gingen jaarlijks voor miljoenen naar de bv. Maar zo ben ik nu eenmaal. Misschien niet een heel slimme keuze. Want als ik was gebleven, had ik tot en met de Olympische Spelen in Pyeongchang in 2018 goed gezeten. Nu moest ik een andere route uitstippelen.”

Je investeerde tonnen in je eigen route en dankzij enkele privésponsoren kon je bij trainer Kosta Poltavets schaatsen voor Rusland. Toch werd je geplaagd door ziektes en besloot je na de Spelen een jaar rust te nemen. Hoewel je geen wedstrijden reed en niet trainde als topsporter, was je regelmatig op de ijsbaan te vinden, vaak met Jutta. Was je overtuigd dat je wel weer aansluiting zou vinden?

Koen: “De overtuiging dat een ploeg zich zou melden, heb ik niet gehad. Daarom heb ik zelf ook mensen benaderd. Doordat ik langs de baan liep, ben ik met Gerard van Velde, coach van Team Reggeborgh, in gesprek gekomen. Daar is de samenwerking ontstaan. Dan moet je wel een paar stappen terug doen. Het is een andere situatie dan dat je wordt binnengehaald door Corendon.”

Waar hebben jullie elkaar voor het eerst ontmoet?

Jutta: “Op de baan in Thialf, tweeënhalf jaar geleden. Koen was aan het trainen en ik schaatste een wedstrijdje. Toen zag ik hem voor het eerst in het echt. Ik dacht niet meteen: o wat een leuke jongen. Ik had hem natuurlijk weleens op televisie gezien, maar in het echt maakte hij wel indruk met zijn voorkomen en charisma.”

Wat kun je op het gebied van schaatsen van hem leren?

Jutta: “Techniek. Hij kan heel goed zien wat beter kan. Daar heb ik vooral vorig jaar veel aan gehad. Ik ging gewoon beter rijden als hij me hielp. Als hij mij aanwijzingen geeft, vraag ik weleens: ‘Hoe doe ik het dan?’ Dan doet hij dat voor.”

Vieren jullie samen een overwinning en zitten jullie samen in de put?

Jutta: “Vieren doen we samen en ook met de familie. Ik heb altijd een hele fanclub die me komt supporten. En in de put zitten doe ik nooit, en Koen al helemaal niet. Hij ziet het meer als een leermoment: leer ervan zodat je het de volgende keer goed doet. Ik kan nog altijd harder. Ik ben jong, er zit nog veel meer in. Soms wil ik heel snel en heel graag, maar soms moet ik ook denken: rustig aan, je hebt nog alle tijd. Het kan niet in één keer.”

In het seizoen 2016-2017 won jij de wereldtitel allround bij het wereldkampioenschap voor junioren op de ijsbaan van Helsinki. Had jij toen al een plan voor je carrière uitgestippeld?

Jutta: “Nee, ik bekijk het met de dag, probeer me gewoon altijd te verbeteren. Uiteindelijk vertrouw ik erop dat ik er dan ga komen.”

In 2019, jouw eerste seniorenjaar, werd jij Nederlands kampioen sprint en sleepte jij je eerste wereldtitel in de wacht door in Inzell met Letitia de Jong en Janine Smit de teamsprint te winnen. Hoe voelt het om jezelf wereldkampioen te kunnen noemen?

Jutta: “Heel goed. Maar ik wil ook weten hoe het voelt om individueel wereldkampioen te zijn. Dus ik ben er nog niet. Ik word er alleen maar gretiger van.”

Jij staat ook onder contract bij Team Reggeborgh. Was het soms een packagedeal?

Jutta: “Koen wil het heel goed voor me hebben en heeft aan Gerard gevraagd of ik mee mocht. Reggeborgh is echt een mannenteam en volgens Koen is dat goed voor mijn ontwikkeling. Het is flink aanpoten tussen al die kerels. Uiteindelijk hoop ik naar hun niveau toe te groeien en te presteren zoals vrouwen nooit eerder hebben gedaan.”

Wil jij de nieuwe Renate Groenewold of Ireen Wust worden?

Jutta: “Het grappige is dat ik, toen ik net begon, altijd in het schaatspak van Renate heb geschaatst. Mijn vader deed alles voor mij: hij trainde met mij, bracht me overal naartoe en heeft op een veiling van de hockeyclub het schaatspak van Renate voor mij gekocht. Mijn eerste wedstrijdjes reed ik in haar oude TVM-pak.”

Wie was jouw idool?

Jutta: “Die heb ik nooit gehad, mede omdat ik op relatief late leeftijd ben gaan schaatsen. Maar als ik nu zou moeten kijken wie mij het meest inspireert, dan is dat Koen. Niet omdat hij mijn vriend is, maar omdat hij door zijn zelfverzekerdheid en mentaliteit echt een winnaar is. Als hij zegt ‘ik ga winnen’, dan doet hij dat ook. Dat brengt hij met zich mee en is beangstigend voor andere schaatsers.

Koen Kostuum: Karl Lagerfeld, by Zalando.com Jutta Hoed: Mirjam Nuver, Mirjamnuverhats.com Zijden jurk: Patrizia Pepe, Patriziapepe.com

Strapless jurk: Wolford, Wolford.com

Is er ook iets aan Koen waaraan jij je stoort?

Jutta: “Hij kan best lui zijn. Ik ben heel erg van de planning – alles op tijd, zorgen dat alles ingepakt is. Koen begint pas met inpakken als ik al in de auto zit. Uiteindelijk komen we er allebei. Ik wat gestrester, hij wat meer chill. Koen wil rustig opstarten in de ochtend, ik word wakker en ben gelijk aan.”

Wat is jouw doel voor deze winter?

Jutta: “Ik zie wel wat het wordt. Mijn uiteindelijke doel is Olympisch kampioen worden. Maar daar heb ik nog niet de focus op. Ik ben gewoon bezig met beter worden.”

In 2022 samen in het vliegtuig naar Peking. Is dat het ideaalplaatje?

Jutta: “Dat zou wel perfect zijn.”

Hoe ziet het leven er over tien jaar uit?

Koen: “Na het schaatsen wil ik doorgroeien als ondernemer. Als schaatser had ik meer uit mijn carrière kunnen halen, maar zoals het nu gelopen is, met alle contacten en ervaringen die ik heb opgedaan, heb ik er meer profijt van na het schaatsen.”

Jutta: “Dan ben ik dertig, dan ben ik denk ik wel gestopt. Ik wil wel een keer aan kinderen beginnen. Koen wil ze het liefst al binnen een paar jaar. Maar dat kan niet. Ik moet schaatsen.”

Lees het volledige interview in LXRY Magazine

Benieuwd naar de rest van het verhaal? Het 23 pagina dikke interview met Koen en Jutta lees je in het laatste LXRY Magazine, te bestellen via de onderstaande knop.

LXRY Magazine 40