LXRY in gesprek met John Heitinga

Ze deed ooit mee aan de Miss Universe-verkiezingen, nu wendt ze haar charmes aan om voor LXRY spannende mannen tot een interview te verleiden. Dit keer richt Irene van de Laar haar pijlen op ex-profvoetballer John Heitinga. John Heitinga, geboren in Alphen aan den Rijn, is een voormalig profvoetballer en speelde vooral centraal en rechts in de verdediging. Voor het Nederlands elftal speelde hij 87 interlands. Zijn rijke loopbaan voerde hem langs Ajax, Atlético Madrid, Everton, Fulham en Hertha BSC. John sloot zijn carrière begin dit jaar af bij de club waar hij ooit debuteerde, de club waar zijn hart ligt: Ajax. Inmiddels woont hij met zijn vrouw Charlotte-Sophie en twee jonge kinderen in Amsterdam. Onlangs tekende hij een contract bij SBS als analist. We spreken af op de langste dag van het jaar, het begin van de zomer, op het fraaie terras van het Hilton Hotel in Amsterdam-Zuid.

Wanneer ontstond jouw passie voor de bal?

“Al heel jong. Ik zie nu bij mijn zoon precies hetzelfde gebeuren. Ik kan me niet voorstellen dat het zo erg was bij mij. Al op z’n tweede keek Lennox vroeg in de ochtend herhalingen van voetbalwedstrijden in plaats van tekenfilms. Ik realiseer me dat ik ook zo was. Lennox is nu vijf en alles draait om voetbal. Als hij een dopje of een blikje op straat ziet liggen, schopt hij ertegen. Ik heb zelfs een kunstgrasveldje met een goal in mijn tuin laten aanleggen.”

Je zei ooit: ‘Ajax is mijn club, mijn alles.’ Omschrijf dat gevoel eens?

“Ik heb ongeveer twintig jaar bij Ajax gespeeld. Dat is een deel van mijn leven geworden. De kick van de club, het shirt. Het is een gevoel. Ik was altijd met Ajax verbonden, en zal dat denk ik ook altijd blijven.”

Je speelde bij verschillende grote buitenlandse clubs. Waar was je het gelukkigst?

“Mijn beste tijd heb ik in Engeland gehad, bij Everton. Ik zat toen op de top van mijn kunnen. Het Engelse voetbal past bij mij, en het was een heel fijne club. Ronald Koeman komt echt in een warm bad terecht. De meest bijzondere, eerste overstap was Madrid. Daar is mijn dochter geboren, en mijn vrouw heeft daar fantastische zorg gekregen. Zelfs toen we later in Engeland woonden, zijn we teruggegaan naar Madrid voor de geboorte van mijn zoon. Puur op voetbalgebied was het bij Everton de beste tijd. We hebben in Manchester en in Londen gewoond. Londen is geweldig, die stad bruist altijd. Jammer dat het klimaat zo slecht is. Op een gegeven moment ben ik maar gestopt met het gebruiken van een paraplu.”

Welke gebeurtenis beschouw je als het hoogtepunt in je carrière?

“Laat ik dan beginnen met het dieptepunt, want dat zorgde voor het hoogtepunt. In het begin van mijn carrière – ik speelde net een half jaar bij Ajax 1 – raakte ik zwaar geblesseerd. Omdat de operatie niet goed ging, liep ik een bacteriële infectie op, waardoor ik mijn knie nooit meer helemaal kan strekken. Ik heb maar een half jaar met een goede knie gevoetbald. Na zes maanden revalideren keerde ik terug, viel in en scheurde vervolgens de voorste kruisband van mijn andere knie. Ik ben bewust bij de KNVB in Zeist gaan revalideren, kwam terug in 2003 en een paar maanden later speelde ik in het Nederlands elftal, deed mee aan het EK 2004. Een hoogtepunt is absoluut de WK finale tegen Spanje in 2010. We waren zo dichtbij. Iedereen achtte ons kansloos, maar we stonden toch mooi in de finale. Het grootste podium dat een voetballer kan wensen. Voor mij is dat toernooi de mooiste beleving geweest.”

Begin dit jaar stopte je definitief als profvoetballer. Waarom dit besluit?

“Het liep niet zoals ik het wilde. Ik heb niet de kansen gekregen, want Frank de Boer besloot met anderen te spelen. Ik heb gesprekken met hem gevoerd, maar dingen lopen anders. Ik ben ook niet haatdragend. Er komt dan een moment dat je gewoon eerlijk naar jezelf moet zijn. Ik heb mijn hele loopbaan een beperking gehad, doordat ik mijn knie niet kon strekken, waardoor ik ging compenseren met de rest van mijn lichaam. Ik kreeg ook geen perspectief aangeboden, en heb toen, in overleg met mijn gezin, besloten er een punt achter te zetten.

Tekst: Irene van de Laar | Fotografie: Karoly Effenberger

LXRY Newsletter

Meld je aan en ontvang de wekelijkse highlights van LXRY News.