De liefde van Janine van den Ende

Janine van den Ende, vrouw van Joop van den Ende, zet zich niet alleen bestuurlijk in voor de VandenEnde Foundation, het Blockbusterfonds en Hermitage voor Kinderen, Zij is ook verantwoordelijk voor de aankoop en samenstelling van kunstcollecties in veel van de Stage Entertainment-theaters. Zo heeft ze voor het DeLaMar de permanente fotocollectie samengesteld. “Dat ging niet zomaar.” LXRY stelde deze bevlogen beschermvrouwe van kunstenaars een aantal vragen.

Fotografie: Rahi Rezvani

Wat was uw eerste aanraking met kunst?
“Op de middelbare school was ik bevriend met Paul, de broer van de veel te jong overleden kunstschilder Erik Andriesse en inmiddels een bekende galeriehouder. Hij nam me mee naar diverse musea. Soms begreep ik niet helemaal wat ik zag en zei dan, zoals niet-kunstminnende personen kunnen reageren op één streep: ‘Dat kan een kind ook.’ Dan kréég ik op mijn donder: ‘Hoe durf je dat te zeggen!’ In die tijd heb ik heel veel namen en kunst gezien. Niet dat ik er iets mee deed, het waren gewoon leuke uitjes. Zoals die keer in Ateliers ’63, waar onder anderen beeldend kunstenaar Jan Dibbets lesgaf. Dat soort namen is mij bijgebleven. Alles ging in mijn ‘rugzak’.”

Leerde u gaandeweg naar kunst kijken?
“Het echt leren kijken gebeurde bij Herman van Veen. Ik deed de Academie voor Expressie door Woord en Gebaar en had een eigen kindertheatergroep. Ik wilde meer van licht weten en kon mee met Flashlight, dat de shows van Herman belichtte. Ik liep daar over de bühne en Herman vroeg: ‘Wat kom jij doen?’ Ik legde hem uit waarom ik daar was. ‘Wat wil je in de toekomst?’ Ik zei hem dat ik later regisseur wilde worden. ‘Blijf dan even, misschien heb ik wel iets voor je.’ Waarop ik zei: ‘Als u mij ergens voor wilt hebben, kunt u mij bellen. Ik ga hier niet blijven wachten.’ Hoe ik dat heb durven zeggen! Hij keek me aan en zei: ‘Eet mee vanavond, ik ga zorgen dat je een job krijgt.’ Ik werd assistent bij de productie Onder Water. Herman wilde dat ik bij zijn repetities goed keek waarom dingen gebeurden, waarom hij van links of rechts opkwam, waarom de danseressen vanuit het midden opkwamen, waarom ze zulke pakjes aanhadden… Ik maakte aantekeningen en vertelde hem wanneer iets mij niet helemaal duidelijk was, om hem daarin soort van te helpen. Want ja, wie was ik? Ik was een groentje. En heb daar veel geleerd.”

Maar ook naar kunst kijken?
“Kunst is plaatjes kijken en het begrijpen. Bij Herman heb ik leren plaatjes kijken in het theater. En daarna heb ik plaatjes leren kijken op televisie. Na het afronden van mijn studie en het voltooien van de interne regiecursus van de NOS, werd ik door hen gevraagd om bij verschillende televisieproducties te komen assisteren. Ik vond het héérlijk om bij de televisie te werken. Ik was onder meer twee jaar regieassistent bij Sesamstraat. Daar kun je minachtend over doen, maar een kinderprogramma bestaat uit allemaal kleine minidramaatjes, kleine scènetjes, waarin continuïteit moet zitten. Daar heb ik het televisievak geleerd. Door de jaren heen vulde mijn rugzak zich met ervaringen die mij gevormd hebben.”

Naast die ervaringen zijn meerdere ontmoetingen bepalend geweest natuurlijk en vooral die met Joop van den Ende.
“Ik werd gebeld door de KRO: ze hadden een regieassistente nodig voor de 1-2-3 show. Dat was de eerste grote productie die werd gemaakt in Studio Aalsmeer, die toen net door Joop was opgezet. Zo heb ik hem ontmoet. En de rest is geschiedenis, zeggen ze dan.”Enter The Lion King. Bij die musical organiseerde u de tentoonstelling Identity, ook in het Circustheater, waarvoor u een unieke collectie Zuid-Afrikaanse kunst wist samen te brengen.

“De galeriehouder uit Caïro kende iemand in Zuid-Afrika, die ons heeft rondgeleid langs verschillende galeries in Kaapstad en Johannesburg en in townships. De aangrijpende verhalen van de kunstenaars en de manier waarop zij via hun kunst naar hun identiteit zochten in een land dat getekend is door een geschiedenis van geweld, armoede en apartheid, inspireerden mij tot het thema Identity. Terug in Nederland liet ik wat ik daar gevonden had, zien aan Paul Andriesse: ‘Wat vind jij van deze collectie voor bij The Lion King?’ Ik had twee doeken van William Kentridge aangekocht. Ik zweer je: ik had nog geen idee wie die kunstenaar eigenlijk was. Maar ik vond die doeken gewoon heel erg mooi, de een met houtskool, de ander met kleur. Paul vond het een waanzinnige selectie. ‘Maar’, zei hij, ‘als je de collectie compleet wilt maken, dan heb je onder meer nog werk van Marlene Dumas nodig.’ Hij bracht mij in contact met Marlene, van wie we De Drie Kronen Van Het Expressionisme hebben gekocht, een prachtig schilderij.”

Het is niet zo dat er tegenwoordig bij elke nieuwe musical weer een kunstcollectie wordt gemaakt…
“Nee, dat was niet vol te houden. Het is erg tijdrovend en kostbaar, zeker in geval van een tijdelijke collectie. De Egyptische collectie, ons eigendom, hangt nu in het Colosseum Theater in Essen, waar die perfect bij past. Een aantal doeken van Identity heeft een plek gekregen in de algemene collectie in het Circustheater. Maar andere werken zijn nu in opslag.”

Uw man vertelde ons dat de Chagall die hij voor zijn 65e verjaardag van u en de kinderen kreeg, voor hem het meest dierbare kunstwerk is: ‘Een schilderij van een circus. Zo treffend, zo mooi van kleur en zo passend bij het vak dat ik uitoefen.’ Wat is uw lievelingswerk?
“Dat is een doek van de Franse kunstschilder Henri Lebasque. Zeventien jaar geleden waren Joop en ik bezig met de inrichting van ons nieuwe huis in Baarn en wilden daar kunst voor aankopen. We waren op TEFAF. Het was nog niet open, we moesten wachten voordat we naar binnen konden. Staande bij de ingang zag ik binnen een schilderij hangen. Ik zei tegen Joop: ‘Dat is hem.’ Het is een moeder die een kind een handdoek omdoet. Dat is het symbool van wat ons huis zou moeten zijn: warmte geven.”

De Stage Entertainment theaters hangen vol. What’s next?
“Ik wil heel graag weer gevoed worden, dingen zien. De afgelopen jaren is er heel veel energie gaan zitten in het geven. Het geven aan de theaters, aan de mensen, aan de Foundation, die geld steekt in jong talent, cultuureducatie, cultureel ondernemerschap en bijzondere projecten. In het kader van het 15-jarig bestaan van de VandenEnde Foundation en het vijfjarig bestaan van het DeLaMar heb ik net nog een boek gemaakt – mijn tiende catalogus! – met de 86 portretten van acteurs en creatives die Koos Breukel op ons verzoek voor het DeLaMar heeft gemaakt in de afgelopen vijf jaar.”Wil je het gehele interview met Janine van den Ende lezen? LXRY #22 ligt nu in de winkel, maar is ook verkrijgbaar in de LXRY shop.

Janine van den Ende: “Als ik Joop niet had ontmoet, had ik dit niet kunnen doen. Een vriend van ons had het over vervlochten zijn. Ik vind dat een heel mooi woord, en zo voelt het ook. Ik voel me vervlochten met Joop, met onze interesses, ons werk, onze liefde voor het theater, en ook nog steeds onze liefde voor televisie

Janine van den Ende: “Kunst bekijk ik met een theateroog”

Janine van den Ende: -“Ik koos voor fotografie voor het DeLaMar, omdat fotografie bij de architectuur van Arno Meijs past: de strakke muren, het licht, de hoogte. Ik heb een grote liefde voor fotografie – dat komt toch door mijn tijd bij de televisie, denk ik: de details, de continuïteit, de enscenering, de sfeer –, maar het is een kunstvorm die ik niet eerder vond passen in een van onze theaters. Hier moest het gebeuren”